De ruggengraat van Mark Zuckerberg

Niemand zal de rel ontgaan zijn. En die rel tussen Twitter en Donald Trump zal vermoedelijk nog wel even duren, zo lijkt. Twitter kent regels. Voor iedereen. En bij tweets waarbij het mogelijk zou kunnen zijn dat desinformatie of feitelijke onwaarheden worden verkondigt, kan Twitter dat kenbaar maken. Bij iedereen. Zo ook bij Donald Trump. Of hij nu wil of niet. Het is een soort van disclaimer voor de lezer. Nu de ruzie tussen Trump en Twitter hoog oploopt om de tweet van Trump over zijn bericht dat stemmen per post meer fraude tot gevolg heeft en waarop Twitter heeft aangegeven dat deze bewering niet onomstotelijk vaststaat en dat fact checking uitwijst dat dit onbewezen blijkt, mengt de hele wereld zich in de discussie. Zo ook Mark Zuckerberg. Die man van Facebook. 

Mark Zuckerberg geeft aan geen posts van dit soort disclaimers te gaan voorzien. Nu niet en in de toekomst niet. In ieder geval niet de posts van politici. Wel de posts van u en mij. Maar dus niet van politici. Zij moeten volgens hem vrij kunnen communiceren. De ruggengraat van Mark Zuckerberg lijkt hiermee zo slap als was en speelt politici openlijk in de kaart. Waarom worden posts van politici niet voorzien van een disclaimer, als blijkt dat fact checking uitwijst dat hetgeen door een politicus beweerd wordt, niet juist is. Mogen politici dan openlijk liegen? Of een waarheid verdraaien? Of simpelweg verkondigen wat ze willen? Op Facebook kennelijk wel. En daar zit een gevaar. Zij vertegenwoordigen een stem van het volk. Zij worden gekozen. En bij dat kiezen wordt een mening over een politicus gevormd door hetgeen hij of zij zegt of doet, waar hij of zij voor staat en of hij of zij dan ook daadwerkelijk uw of mijn stem verdient. Maar wat als politici kunnen roepen wat ze willen, zonder dat er een bewezen waarheid aan ten grondslag ligt, hoe is er dan een vertrouwen op te bouwen met een kiezer?

Misschien dat Mark Zuckerberg nog eens goed moet nadenken over zijn voornemen van het ontzien van de machthebbers. En dat juist politici diegene moeten zijn die waarheid spreken en bij feiten blijven. Anders wordt binnen no time een waarheid gecreëerd door propaganda op social media, aangehangen en gedeeld door trollen. En de waarheid? Die bestaat niet meer. Het collectieve geloof vormt de nieuwe waarheid. Niet de feiten. De hardste schreeuwer wint. Gefaciliteerd door onder andere Mark Zuckerberg.

Scenario 2050: Geen boom meer in de Amazone

De ontbossing in het Amazonegebied zet door. Vooral nu de minister van Milieu van Brazilië de wetgeving omtrent ontbossing wil versoepelen, lijkt het voortbestaan van de longen van de aarde hopeloos aan haar lot overgelaten. Hoewel in het begin van deze eeuw ieder jaar de ontbossing afnam en Brazilië met strenge regels moeder aarde te willen ontzien in haar aftakeling, worden nu de noodklokken weer geluid. De ontbossing in 2019 was ongekend. Bijna 10.000 m2 kilometer aan bomen is verdwenen. Dat zijn anderhalf miljoen voetbalvelden.

De cijfers laten zien dat in de afgelopen zes jaar, sinds 2014, in totaal 43.300 vierkante kilometer aan bos is verdwenen. Dat is iets meer dan de oppervlakte van Nederland inclusief alle wateren. Ten opzichte van de totale grootte van het nog overgebleven woud van 5,5 miljoen vierkante kilometer loopt dat al richting één procent. In één jaar!

Bron: NOS

In andere tijden lag de houtkap in Brazilië op een nog veel hoger niveau. Er zijn jaren geweest dat er 30.000 vierkante kilometer weggewerkt werd. Van die tijden lijken we af. Maar schijn bedriegt. De gemiddelde jaarlijkse toename over de afgelopen 6 jaar bedroeg maar liefst 16%. Ieder jaar wordt de kap van het jaar ervoor dus overtroffen met 16% extra ontbossing. Het hoeft overigens niet alleen houtkap te betekenen. Platbranden voor andere doeleinden valt hier ook onder, met een ongelooflijke CO2-uitstoot tot gevolg.

En die cijfers zijn verontrustend. Met name omdat het tempo rap opgevoerd lijkt te worden, vooral nu de machthebbers economie boven behoud stellen. 

Mocht deze gemiddelde jaarlijkse groei doorzetten, dan laat een eenvoudige berekening zien dat er in 2025 bijna 28.000 vierkante kilometer zal verdwijnen. Vijf jaar later in 2030 zal dat al een omvang zijn van meer dan 50.000 vierkante kilometer. Het gaat dus snel. Super snel. Herstel is er helaas nauwelijks. Er wordt te weinig aangeplant.

In 2050 is er geen regenwoud meer

Als deze ingezette trend zich doorzet de komende jaren, dan zal het zo zijn dat de ontbossing dusdanige vormen aanneemt, dat in 2049 of in 2050 het totale woud in het Amazone-gebied weggevaagd is. Vandaag starten met het planten van een boom voor iedere boom die geruimd wordt, zal slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn. Er lijkt geen houden aan.

Meisje! Meisje!

Daar stond ze dan, daar stond ze

als schimmig wezen in de mist
te staren met haar halfopen ogen, 
het meisje, de zwerfster.
Utopist.

Maar er waren geen dromen, 
geen dromen vannacht.
Geen schreeuw en geen woorden.
Alleen het zwijgen

van haar stille kracht.

Een wit gewaad en lange haren.
Ze deed niets. Ze stond.
Ze deed niets. Ze staarde,
ze staarde naar de grond.

Ik keek in haar ogen, haar lege ogen.
Ik wou spreken, maar leek verstomd.
De nacht was koud, al te oud, 
en wijzers tikten.
Ze bogen seconden om.

Tocht schoof door de kieren, langs de kieren.
Plavuizen dansten op de grond.
Meisje, meisje! Ga dan.
Ga, minuten later
steeg zij op. 

Ze steeg op naar het plafond.

De cola-verkoper

Het was in augustus. Twee banken voor me zat een kind met zijn moeder. Verveeld keek de jongen naar de meeuwen. “Mag ik ze voeren?”, vroeg het kind. De sneer die de moeder het kind gaf, maakte de jongen stil. Opnieuw wierp hij een blik naar de zilveren vogels. De vogels dansten in de lucht. Ze zongen. Met hun gesnater schalden ze liederen die niemand kende. Ook de jongen niet, al neuriede hij soms zachtjes mee. De meeuwen schitterden. Het was warm die dag. Achter me verdween het vaste land. 

Er viel rust over de boot, een aangename stilte die alleen doorbroken werd door het geluid van de vogels. En door het zachte praten van sommige mensen. De jongen bleef roerloos. Naast mij zat een man van midden dertig. Hij las een boek. “Achter de hoge duinen het stille land.” Die titel zag ik staan toen het boek nog roerloos naast hem lag. Zijn kleding verraadde dat hij een eeuwige reiziger was, een avonturier, een ontdekker; een ontdekker met een boek. 

Ik bestelde cola bij Alexandro. Met die naam had hij zich voorgesteld toen we aan boord gingen. “Alexandro.” had hij met duidelijk stem gezegd, alvorens hij iedereen persoonlijk een stevige hand gaf. Alexandro was een klein mannetje met een groot hoofd. Ondanks zijn jonge leeftijd was zijn huid al erg gerimpeld. De zilte zee had duidelijk groeven in hem gekrast. Een echte zeeman was hij. Hoewel, hij was het hulpje van de schipper. Meer niet, een colaverkoper. 

Ik rolde het koude blikje om beurten over beide wangen. Het gaf verkoeling. Veel reizigers dronken. Het was de enige remedie tegen de hitte van die dag.

“Senk joe,” zei Alexandro met enige nederigheid, nadat ik hem het wisselgeld had laten houden. Grappig, hoe dat Engels een andere taal lijkt met zo’n Zuid-Europees accent. Ik glimlachte. Alexandro deed twee stappen voorwaarts, op naar de volgende rij met dorstige mensen. Zonder iets te zeggen probeerde hij zijn waren te slijten. Hij zwaaide met colablikjes en met repen. Hij was een stille handelaar.

De zee was rustig. De boot sneed zeldzame golven moeiteloos in twee. Als je diep in het heldere water keek, zag je kwallen. Aan de oppervlakte zag je niets. Ook niet de dolfijnen. Alles was rustig. En bleef rustig. Het leek een vredige dag op een stille zee.  

En net toen de boot kalm de kade zou raken, knalde de deur open en kwam ze binnen met luide stem: “Kleed je aan, seniele gek! Kleed je aan!’ Ze opende de gordijnen. “Klerezooi,” mompelde ze. Ze schoof de stoelen aan, veegde de tafel af en smeerde hardhandig brood met jam. Ze kwakte het bord voor me op tafel en knoopte een doek om mijn nek. “Niet kruimelen!”, riep ze stellig. En zo verstreek het uur. Ik kauwde op de korsten. Zure jam. “Ik ben niet gek”, meende ik me te herinneren. Zachtjes zei ik het. In mezelf. “Ik ben niet gek.”  

Toen ze wegging, stapte ik opnieuw aan boord. Voor me lag Los Lobos in de stille zee. Tssssjk! Ik trok mijn koude blikje open. Ik genoot. 

In opstand

Er hangt rook in de straten.
Sirenes duwen stemmen opzij.
En ook ik spreek je tegen en roep mijn leuzen. 
Ik strijd en verwijt, want ik ben vrij.

Ik barricadeer de door jouw bedachte straten
en werp jouw gedachten in het vuur.
Ik draag mijn woord en hang aan de hekken
ik haat jouw stalinistisch bestuur.

Ik schrijf leuzen op de muren.
Ik schreeuw de longen uit mijn lijf.
We ketenen ons vast aan onze normen.
Tegen één van jouw plaatsen wij er vijf.

Traangas laat ons niet huilen.
Ook de knuppel zal ons niet slaan.
Ik loop mee, niet om te rennen, 
ik loop mee, 
om stil te staan. 

Schiet maar met je rubberkogels,
waarvan niet één mijn lichaam duidt.
Ik trek met kracht de klinkers uit jouw straten
en smijt ze 
door je hypocriete ruit.

Ik overwin eer ik berust, ik overwin.

Want ons zullen ze niet commanderen.
Nee, ons,
laten ze met rust. 
Op een dag.
Op een dag.