Meisje! Meisje!

Daar stond ze dan, daar stond ze

als schimmig wezen in de mist
te staren met haar halfopen ogen, 
het meisje, de zwerfster.
Utopist.

Maar er waren geen dromen, 
geen dromen vannacht.
Geen schreeuw en geen woorden.
Alleen het zwijgen

van haar stille kracht.

Een wit gewaad en lange haren.
Ze deed niets. Ze stond.
Ze deed niets. Ze staarde,
ze staarde naar de grond.

Ik keek in haar ogen, haar lege ogen.
Ik wou spreken, maar leek verstomd.
De nacht was koud, al te oud, 
en wijzers tikten.
Ze bogen seconden om.

Tocht schoof door de kieren, langs de kieren.
Plavuizen dansten op de grond.
Meisje, meisje! Ga dan.
Ga, minuten later
steeg zij op. 

Ze steeg op naar het plafond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *